Wat willen Volt, JA21 en Code Oranje eigenlijk bereiken in de Tweede Kamer?

Tijdens de komende Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart doen een record aantal partijen mee. In totaal zelfs 37! Hierdoor is het voor veel mensen die weinig tijd hebben om de politiek te volgen extra lastig om een stemkeuze te maken. Aangezien grote partijen vaak al decennia bestaan -denk aan een PvdA of CDA- en dus vaak een trouwe kiezersschare achter zich hebben, is het nu tijd om eens wat meer aandacht te besteden aan drie nieuwkomers. Immers kun je wel steeds hetzelfde proberen in de hoop op andere uitkomsten, maar is het soms ook beter nieuwe ideeën toe te passen. Volt, Ja21 en Code Oranje zijn partijen met nieuwe ideeën en gezichten. 

Een nieuwe politieke partij oprichten is bijzonder lastig. Zeker als het doel is om ook daadwerkelijk deel te nemen aan de Tweede Kamerverkiezingen. Het grootste struikelblok bij vrijwel alle nieuwe partijen is het genereren van kapitaal. Voor het indienen van een kandidatenlijst moeten partijen duizenden euro’s aan borg betalen aan de Kiescommissie. De lijst met kandidaten moet ook vol staan met zoveel mogelijk slimme koppen en bekende Nederlanders. Maar ook dan is een partij er nog niet.

Campagnekosten

Om de verkiezingen te winnen en kans te maken op zetels moet er ook campagne worden gevoerd en dit kost enorm veel geld. Om aan te tonen hoe kostbaar het is om campagne te voeren zou je een voorbeeld kunnen nemen aan de FVD campagne. Deze partij heeft ondertussen al meer dan 200.000 euro opgehaald in donaties om daarmee een ‘Vrijheidskaravaan’ te organiseren. Met dat geld reist partijleider Baudet samen met compaan Van Hage en een trailer door het land. Daarbij komen andere kosten: flyers drukken, posters plakken, video’s produceren en nog veel meer.

Partijen geven ook enorm veel geld uit aan advertentiecampagnes op internet, zoals via YouTube, Instagram en Facebook. Kortom: communicatiecampagnes kosten enorm veel geld en kleine partijen hebben hierdoor een nadeel tegenover de meer gevestigde partijen, zoals VVD en CDA. Deze gevestigde partijen krijgen namelijk miljoenen euro’s aan subsidie en dat al voor tientallen jaren. Daarom besteden we in dit artikel alleen aandacht aan nieuwe partijen die nog geen subsidie hebben ontvangen en dus bij voorbaat achterstaan in de campagne.

Volt, JA21 en Code Oranje

Toch zien we bij de nieuwe partijen Volt, JA21 en Code Oranje dat ze de kandidatenlijsten netjes hebben ingeleverd, professionele websites hebben ontwikkeld en ook campagne voeren via verschillende kanalen. Pas als de partijen een zetel halen kunnen ze echt gaan inzetten op groei en het uitoefenen van invloed in de politiek. Afhankelijk van het aantal leden en het aantal zetels dat ze in de komende verkiezingen halen, ontvangen de nieuwe partijen dan ook een subsidie, waardoor er meer geld beschikbaar komt voor het communiceren van hun politieke ideeën.

“Aangezien politiek gebaat is bij innovatie en diversiteit van ideeën schenken we daarom extra aandacht aan de nieuwe partijen.”

Natuurlijk zijn er veel meer nieuwe partijen, maar de meest serieuze zijn toch wel Volt, JA21 en Code Oranje. Deze partijen staan net als Sylvana Simon’s BIJ1 op zetels in de peilingen. Maar, BIJ1 laten we  schieten in deze vergelijking, omdat Nieuwsframes probeert om identiteitspolitiek zover mogelijk buiten beeld te houden en wij van mening zijn dat veel van de standpunten van BIJ1 slechts een klein groepje mensen aanspreken, terwijl de standpunten van JA21, Volt en Code Oranje waarschijnlijk op meer steun kunnen rekenen.

Het juiste antwoord

Nieuwkomer JA21 is een afsplitsing van Forum voor Democratie en wordt aangevoerd door twee bekende politici: Annabel Nanninga, die namens FVD in de Gemeenteraad, Provinciale Staten en Senaat plaats nam en natuurlijk Joost Eerdmans uit Rotterdam. Eerdmans was enkele jaren geleden nog wethouder en herinnert gesprekspartners er regelmatig aan dat hij Pim Fortuyn nog heeft gekend. Door de interne strubbelingen binnen FVD in december 2020 hebben Nanninga en Eerdmans besloten een eigen partij op te richten om zich daarmee te kunnen focussen op de inhoud. Net als D66 in de jaren ’60 koos de partij ervoor om het jaar van de eerste verkiezingsdeelname te verweven in de partijnaam. De letters ‘JA’ staan voor ‘het Juiste Antwoord’, waarmee Eerdmans en Nanninga suggereren dat hun politieke lijn het juiste antwoord is op de problemen van onze tijd.

Joost Eerdmans en Annabel Nanninga, bron: JA21

Vier grote thema’s

JA21 focust zich op vier speerpunten en gaat uit van een ‘conservatieve’ en ‘liberale’ visie op de mens en maatschappij. Dit betekent dat de partij in veel gevallen, als het om beleidskeuzes gaat, uitgaat van de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Een belangrijk thema is ook immigratie. Een belangrijk concept dat JA21 benoemt in haar programma in deze context is het ‘absorptievermogen’ van de samenleving, waarmee de partij verwijst naar de mogelijkheden van ons land om daadwerkelijk nieuwe migranten te huisvesten, voorzieningen te realiseren en er voor zorg te dragen dat de levensstandaard van de reeds bestaande inwoners van ons land niet teveel onder druk komt te staan door immigratie. Zo zegt de partij het volgende:

“Een gezond uitgangspunt van immigratiebeleid is de voor de hand liggende vraag wat migratie betekent voor Nederland, voor het absorptievermogen van onze samenleving en voor de financiën. De kosten van migratie zijn astronomisch hoog, wat betekent dat iedere euro die hieraan wordt uitgegeven, niet voor andere doeleinden beschikbaar is. We moeten zelf kunnen bepalen wie we toelaten.” – Verkiezingsprogramma JA21, p.16

Behalve kritiek op de instroom van migranten in de afgelopen jaren is JA21 ook kritisch op de huidige staat van de rechtstaat en de rol van rechters in de maatschappij. De partij verwijst in het programma indirect naar verschillende rechtszaken uit het recent verleden, zoals de Urgenda-uitspraak over de Klimaatwetgeving, maar natuurlijk ook de Avondklokuitspraak naar aanleiding van de zaak van Viruswaarheid. Volgens JA21 is de ‘balans zoek’ en bedienen rechters zich te vaak van overwegingen die in wezen “als politieke argumenten” kunnen doorgaan. De partij wil dat dit verandert. Het immigratie standpunt en ook de zienswijze op de rechtstaat tonen overeenkomsten met de visie van FVD. Dat is natuurlijk ook logisch: Eerdmans en Nanninga verlieten Forum voor Democratie ook niet zozeer om inhoudelijke, maar om symbolische problematiek.

“Daar waar de trias politica een zorgvuldig evenwicht veronderstelt, signaleert JA21 dat de verhouding tussen de wetgevende macht en de rechterlijke macht uit balans lijkt te raken. In verschillende rechtszaken met zwaarwegende en verstrekkende maatschappelijke en politieke gevolgen motiveren rechters hun uitspraken met overwegingen die op de keper beschouwd voor politieke argumenten kunnen doorgaan.” – Verkiezingsprogramma JA21, p.10

Samenhang

Veel van de partijstandpunten van JA21 kennen een sterke samenhang met elkaar. De partij wil bijvoorbeeld meer doen voor starters en woningzoekenden, en begrijpt heel goed dat immigratie een onevenredige druk op de woningmarkt oplevert. Daarmee verbindt de partij haar standpunten op de woningmarkt en immigratie en dit maakt het programma logisch en coherent. Partijen die bijvoorbeeld de woningnood willen oplossen, maar tegelijkertijd ook de immigratie willen aanwakkeren ‘dweilen feitelijk met de kraan open’. Ook ziet de partij de Euromunt en de Europese Unie als kritische punten waar verbeteringen nodig zijn. JA21 wil dat de Europese Unie ‘terug gaat naar de tekentafel’, wat natuurlijk betekent dat allerlei verdragen die momenteel zijn afgesproken opnieuw moeten worden gewogen en herzien waar nodig. Door de Euromunt wordt Nederland ‘het pinautomaat’ van Europa, zo stelt de partij. Nederlanders zouden zich hierover moeten uitspreken via een referendum.

“De euro duwt Nederland steeds dieper een Europese transferunie in, met een permanente geldstroom van Noord naar Zuid. Nederland staat in het eurosysteem inmiddels al garant voor 245 miljard euro. Op deze manier is ons land de pinautomaat voor Zuid-Europa. Onze bevolking dient zich volgens JA21 hierover te kunnen uitspreken. Daarom moet er een referendum over de euro komen.” – Verkiezingsprogramma JA21, p.71

Conclusie

Het verkiezingsprogramma van JA21 lijkt een zeer redelijke combinatie van standpunten en ideeën, die een sterke interne samenhang kennen. Dat is een zeer sterk punt van de partij. De kandidaten van JA21 begrijpen overduidelijk goed dat de Klimaatdoelstellingen onmogelijk kunnen worden behaald met ongebreidelde immigratie. Immers betekent steeds meer inwoners ook meer CO2-uitstoot en een grotere vraag naar voorzieningen. Ook snappen ze bij JA21 goed dat de economieën in de zuidelijke Europese landen significant verschillen van de economieën in noord-Europa. De partij vindt het daarom onverstandig om met Spanje en Italië in een gezamenlijke muntunie plaats te nemen. Dat staat niet concreet in het programma, maar dat wordt wel duidelijk gesuggereerd. Daar waar andere partijen veel moeite hebben om complexe thema’s te combineren en een programma te ontwerpen met interne samenhang, daar doet JA21 het wel. Kortom: deze partij heeft overduidelijk veel kwaliteiten in huis. Met lijstaanvoerders Nanninga en Eerdmans zijn ze het ook bij hun stand verplicht.

Het heerlijke frisse design van Volt

Het is niet de eerste keer dat de partij Volt meedoet aan verkiezingen. Ook tijdens de Europese Parlementsverkiezingen van 2019 deed de partij mee en behaalde daarbij een zetel. Ondanks dat de Luxemburger Rolf Tarrach (2,11%) en de Nederlander Reinier van Lanschot (1,90%) veel meer stemmen binnenhaalden dan Damian Boeselager (0.67%), werd de Duitser uiteindelijk toch gekozen om plaats te nemen in het Europese parlement. De partij heeft van de drie partijen die we in dit artikel beschouwen de mooiste huisstijl, maar dat is natuurlijk subjectief. De website is goed ontwikkeld en is overduidelijk ontworpen om jongeren aan te spreken. Een belangrijk speerpunt is het realiseren van ‘gelijke kansen voor iedereen’.

Gelijke kansen

De partijlijst van Volt wordt dit jaar aangevoerd door Laurens Dassen, een jonge Amsterdammer die oorspronkelijk in Nijmegen studeerde. Daar studeerde hij Bedrijfskunde en later werkte hij voor bedrijven als ABN AMRO. Onder zijn leiderschap wil de partij meer werk maken van het realiseren van gelijke kansen voor alle Nederlanders. Dat is natuurlijk een complexe problematiek, omdat mensen ten eerste niet gelijk zijn en ten tweede omdat kansen worden bepaald door het postcodegebied waar iemand wordt geboren. Voor een intelligent en talentvol kind dat 70 kilometer van een universiteit wordt geboren is het -zeker als deze uit een arm gezin komt- veel moeilijker om ooit de universiteit te bereiken dan iemand die in de Amsterdamse Bijlmer wordt geboren. Hoe de partij de ongelijke kansen die worden geïmpliceerd door geografische afstanden tegengaat wordt niet echt duidelijk beschreven. Waarschijnlijk is het idee van ‘gelijke kansen’ vooral een retorisch, en geen inhoudelijk standpunt. Het lijkt ook meer op een ideaal dat als uitgangspunt wordt gebruikt, dan een echt realistisch doel.

Laurens Dassen van Volt. Bron: Volt / voltnederland.org

Onderwijs

Qua onderwijsstandpunten scoort de partij beter. Zo wil Volt meer keuzevakken voor scholieren/studenten. Dat is eigenlijk wat onverstandig, zeker omdat veel scholieren nu al problemen hebben met de kernvakken: taal en rekenen. Als men niet goed kan lezen en schrijven, dan kan men wel een cursus persoonlijke ontwikkeling volgen, maar aangezien men daarbij afhankelijk is van het gebruik van taal en van leesvaardigheden, is het maar de vraag of het leerproces dan niet suboptimaal is. Zeker wanneer taal en rekenen nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Wel signaleert Volt terecht op pagina 30 van hun verkiezingsprogramma dat het Nederlandse onderwijs achterloopt en te langzaam moderniseert.

De coronacrisis heeft ook laten zien dat veel scholen niet zijn ingericht op het geven van online onderwijs en het onderwijs is gewoonweg niet ingericht op de 21 eeuw. Tegelijkertijd worden Nederlandse kinderen wel verplicht om binnen deze verouderde constellatie onderwijs te volgen. Daar wil Volt dus iets aan doen, en dat is geheel terecht. Ook wil Volt erkenning van Nederlandse diploma’s in het buitenland. Dit standpunt is ook bijzonder goed. Ondanks de Europese afspraken van het Bologna proces worden veel van de Nederlandse diploma’s nog steeds niet (!) Europees erkend. Zo kunnen Duitse studenten met een Nederlands diploma Bouwkunde (Bsc) bijvoorbeeld niet als bouwkundige aan het werk in Duitsland, terwijl Nederlandse onderwijsinstellingen hun studenten hierover onvoldoende informeren en vaak spreken van een ‘Europees onderwijsveld’, waarbinnen alle Europese diploma’s worden erkend. Feitelijk is dat dus nog niet zo. Daarom is dit een erg goed standpunt van Volt. Verder is het ook vreemd om Europese studenten subsidie te geven voor een studie in Nederland, terwijl de diploma’s van Nederlandse studenten in de landen waar die studenten vandaan komen niet worden erkend.

Belasting op voedsel

Ook wil Volt een belasting invoeren om daarmee producten waarin suiker verwerkt zit te belasten. De partij wil daarmee gezondheidsproblemen voorkomen en geld vrijmaken voor zorg. Welke producten in aanmerkingen komen voor de suikertaks is echter nog onduidelijk, maar aangezien in vrijwel alle producten suiker zit lijkt deze belasting direct erg onverstandig en de kosten van voedsel te verhogen. Het lijkt ook een standpunt dat een beetje uit de lucht komt vallen, want er zijn tal van andere stoffen die in overmaat ook ongezond zijn. Zoals bijvoorbeeld verzadigde vetten. Moet daar ook een belasting voor komen? Daarover wordt in het Volt programma niet gesproken.

Ook is het onduidelijk of appels en bananen, fruit waar ook suiker in zit, onder de nieuwe suikertaks valt. De zin van de maatregel is daarom niet duidelijk. Ook is het niet duidelijk hoe de partij uiteindelijk een selectie maakt van voedselproducten, die wel of niet en om welke redenen dan ook onder de nieuwe suikertaks vallen. Wellicht dat de partij het standpunt kan aanvullen met een criteria zoals ‘producten die meer dan x-hoeveelheid suiker bevatten per 100 gram’, om daarmee te laten zien welke producten onder de suikertaks gaan vallen en welke niet. Detail: in een banaan zit ongeveer 18 gram suiker per 100 gram banaan. In Coca-Cola zit slechts 10 gram suiker per 100 ml. De partij heeft dus nog een flinke uitdaging om het punt logisch uit te werken.

Conclusie

Volt is overduidelijk gericht op het voortzetten en verbeteren van de huidige Europese Unie en lijkt in te zetten op het realiseren van meer Europese samenwerking. Ook combineert de partij standpunten die lijken op de standpunten van D66. De partij is daarmee niet echt uniek, maar hetzelfde kan worden gezegd van JA21 en FVD, die ook op elkaar lijken. Net zoals bij D66 ziet Volt veel waarde in het realiseren van ‘gelijke kansen’, maar dit lijkt vooral een ideaal en niet echt een realistisch doel. De partij doet verder wat vage uitspraken over de suikertaks, maar is op andere locaties in het Verkiezingsprogramma wel helder. Zogezegd kunnen kiezers Volt zeker een kans gunnen, omdat de partij toch een aantal nieuwe ideeën inbrengt en dat is wat Nederland echt nodig heeft in de huidige democratie: pluriformiteit en diversiteit in ideeën.

De Hollandse nuchterheid van Code Oranje

Code Oranje draait grotendeels om het signaleren van ‘code oranje’. Daarmee bedoelt de partij waarschijnlijk dat het “nog net geen code rood is in Nederland”, maar dat het niet lang meer duurt voordat de samenhang in de maatschappij nog verder onder druk komt te staan en verdwijnt. Dat is zeker geen hysterisch alarmisme. Ook CDA-lijsttrekker Wopke Hoekstra liet onlangs nog weten te vrezen dat de ‘samenhang in de maatschappij verloren gaat‘. Code Oranje wil daar iets tegen doen met ombudsmanpolitiek.

Lijsttrekker Richard de Mos van Code Oranje. Bron: wijzijncodeoranje.nl

Bij Code Oranje zien we net als bij JA21 een aantal bekende politici terug. Kandidaten Richard de Mos en Tanya Hoogwerf kennen we van hun posities als enerzijds wethouder in Den Haag en Kamerlid voor de PVV (De Mos) en als Gemeenteraadslid voor Leefbaar Rotterdam (Hoogwerf). Het design en uiterlijk van de website van Code Oranje is in vergelijking met de website van Volt wel wat ouderwets, maar qua standpunten zien we wel direct de Hollandse nuchterheid terug in het programma.

Ombudsmanpolitiek

De agenda van Code Oranje lijkt dynamisch en wijzigt zich afhankelijk van de informatie die de partij ontvangt via onderzoeken onder de bevolking. De agenda komt tot stand door het houden van straatinterviews, online peilingen, programma’s van lokale partijen en de inbreng vanuit het netwerk van de kandidaten zelf. De partij heeft dan ook een landelijk netwerk van lokale partijen, met het doel de partij te voorzien van informatie voor de Agenda en om in contact te blijven “met de provincie”. De partij gaat daarbij uit van ‘ombudsmanpolitiek’ en wil daarmee een tegengewicht bieden aan de ‘kompas- en stuurloze politiek’. Of zoals Code Oranje het zelf zegt:

“Met een nieuwe vorm van politiek – de Ombudspolitiek – putten wij ons bestaansrecht uit de onmacht en de ideeën van de burgers, het verloren vertrouwen in politici, de bureaucratische overheidsdiensten en de groeiende afkeer van de gevestigde politieke partijen. Wij gaan probleemoplossend, van onderaf en samen met gemotiveerde burgers vormgeven aan deze Ombudspolitiek, het nieuwe normaal in politiek Den Haag.” – Code Oranje

Vrijheid van meningsuiting

Het belangrijkste punt van Code Oranje is de vrijheid van meningsuiting. Deze staat op plek 1 van de ‘Oranje lijst’. Code Oranje wil zo het wetsartikel schrappen waardoor het vervolgen van ‘eenvoudige belediging’ mogelijk wordt gemaakt. De partij lijkt van mening dat het beledigen van personen samenhangt met de vrijheid van meningsuiting en dat het geen probleem moet zijn om personen of instanties te beledigen. Op zich is dat geen gek idee. Een belediging is in tegenstelling tot een schaafwond of een aanrijding in een auto niet fysiek aantoonbaar. De schade van een belediging is dus metafysisch van aard en kan dus ook niet meetbaar worden gemaakt. Dit maakt het concept ‘belediging’ heel erg lastig voor een strafrechter. Meestal vindt er dan ook geen vervolging plaats op basis van een ‘eenvoudige belediging’. Tegelijkertijd is dat ook het beste argument om het wetsartikel juist te behouden: immers wordt deze alleen gebruikt als iemand het echt te bont maakt. Zoals Geert Wilders. Een aspect aan het opheffen van de wet is het mogelijk maken van het beledigen van ambtenaren. Zo mogen burgers door het huidige wetsartikel het openbare gezag van de overheid niet beledigen -hoe bizar sommige maatregelen dan ook zijn. Als het aan Code Oranje ligt wordt deze wetgeving dus geschrapt.

Het beledigen van mensen, groepen en organisaties heeft ook een belangrijke sociale functie. Hierdoor wordt gesignaleerd dat de entiteit die ‘beledigd wordt’ mogelijk op het verkeerde pad zit en zijn de beledigingen bedoeld om hem of haar tot inkeer te brengen.

Nieuwe ideeën verdienen een kans

In een democratie is politieke vernieuwing noodzakelijk. Immers verandert de samenleving voortdurend en kennen burgers steeds weer een nieuw gewicht toe aan verschillende problemen en onderwerpen. Het ene jaar is de toeslagenaffaire een grote zaak, maar het jaar erop komt het klimaat weer terug in het debat. Daarna volgt weer immigratie en/of woningnood. Het genereren en uiteindelijk selecteren van partijen met ideeën die handhaafbaar, uitvoerbaar en doeltreffend zijn, is dan ook het primaire doel van de democratische verkiezingen. En uiteindelijk moet niet de knapste man of vrouw winnen, maar de partij met de beste ideeën.

Code Oranje heeft een partijprogramma dat eigenlijk niet erg onderscheidend is. Veel van de standpunten zien we ook terug bij JA21, Forum voor Democratie en de PVV. Zo wil de partij de woningnood aanpakken (wie niet?), bindende referenda invoeren (wordt reeds gerealiseerd via een nieuw initiatiefvoorstel van Kamerlid Ronald van Raak), lagere belastingen heffen, goede gezondheidzorg en staat de Agenda verder vol met meer politieke inkoppertjes en oneliners. Toch maken Hoogwerf en De Mos wel kans op een zetel, simpelweg omdat ze veel ervaring hebben in de politiek en een sterk netwerk hebben. Erg onderscheidend is de partij echter niet en qua vormgeving lijkt de partij ook minder modern en professioneel dan Volt en JA21.

Eindoordeel

Van de drie partijen die we in dit artikel behandelden onderscheiden JA21 en Volt zich het meest van de reeds bestaande partijen en ook in de vergelijking met Code Oranje. De partij van De Mos lijkt qua standpunten teveel op JA21, FVD en PVV en het is moeilijk om te zien waar deze partij zich onderscheidt en innoveert qua politieke ideeën. Zo noemt de partij het referendumstandpunt, terwijl al wordt gewerkt aan een nieuw initiatief voor een nieuw referendum.

Verder lijkt Volt vooral een nieuw en modern aftreksel van D66, dat voornamelijk inzet op Europese samenwerking en logische standpunten afwisselt met minder logische standpunten (suikertaks). Wellicht komt dit ook omdat ze te weinig aandacht hebben geschonken aan het uitwerken van deze ideeën en zou men meer tekst moeten wijden aan de suikertaks in het verkiezingsprogramma. De standpunten van Volt zijn soms dus wat vaag, maar andere zijn heel erg goed doordacht (erkenning diploma’s).

Welke partij je het beste vindt hangt natuurlijk ook af van hoe je denkt over onderwerpen als de Euromunt en Europese Unie. Zo zullen mensen die willen doorgaan met de EU liever op Volt stemmen dan op JA21, terwijl de partij van Nanninga en Eerdmans juist de Europese Unie wil transformeren zodat deze meer in lijn ligt met de Nederlandse belangen. JA21 lijkt van de drie partijen wel het meest professioneel en het verkiezingsprogramma kent een zeer sterke samenhang. Maar of je als kiezer op JA21 moet stemmen hangt dus ook af van de inhoudelijke standpunten op grote onderwerpen zoals de EU.

Ook al is het onwaarschijnlijk dat een van de drie nieuwe partijen plaatsneemt in het kabinet, hebben ze allemaal een belangrijke signaal functie. Door het delen van hun ideeën in de Tweede Kamer stellen ze andere partijen in staat om deze ideeën ook toe te passen. Als deze partijen echter niet in de Kamer zitten gaat hun creatieve denkvermogen verloren en wordt politieke innovatie beperkt. Het zou daarom mooi zijn als zulke nieuwe partijen een zetel weten te behalen tijdens de verkiezingen.