Partizanengedrag van oppositie leidt tot verlies van invloed en het Kamervoorzitterschap

Vandaag verloor de oppositie in de Tweede Kamer met oud-Kamervoorzitter Khadija Arib een belangrijke rol in de volksvertegenwoordiging. Door het partizanengedrag van zowel de linkse als ook de rechtse oppositiepartijen, die beiden voor hun eigen kandidaat stemden en dus niet boven de partijlijnen konden uitstijgen, werd uiteindelijk D66’er Vera Bergkamp verkozen tot voorzitter van de Tweede Kamer. Daarmee verliest de oppositie een belangrijke rol in de volksvertegenwoordiging en dat heeft zij aan zichzelf te danken. Eigenlijk laten de oppositiepartijen hun kiezers zelfs in de steek, omdat het nog altijd beter is voor een oppositiepartij om de Kamervoorzitter te leveren, ongeacht partijkleur, dan dat een voorzitter wordt geleverd door een (waarschijnlijke) coalitiepartij van het kabinet Rutte IV.

Uiteindelijk was de stemming niet eens spannend door het partizanengedrag van de oppositie. Doordat de oppositiepartijen zich niet konden verenigen achter één kandidaat ging de positie van Kamervoorzitter uiteindelijk naar een (waarschijnlijke) coalitiepartij van het kabinet Rutte IV. Bergkamp haalde met 74 stemmen niet de absolute meerderheid in de Tweede Kamer, (dat zijn eigenlijk 76 zetels, maar 5 Kamerleden waren zo amateuristisch dat ze ongeldige stemmen hadden ingeleverd en 6 waren niet aanwezig), maar Bergkamp behaalde dus wel een overgrote meerderheid in vergelijking met de twee andere kandidaten, te weten PVV’er Martin Bosma en de ondertussen oud-Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA).

Partizanengedrag

Door het partizanengedrag binnen de oppositie is de gehele oppositie plots een stuk minder invloedrijk geworden in de volksvertegenwoordiging. En dat de oppositie zich zo gedraagt is toch wel opvallend. Zeker gezien het feit dat het debat de afgelopen weken vaak ging over ‘macht’ en ‘tegenmacht’, maar wanneer het er op aankomt dan kiezen de linkse en rechtse partijen snel weer voor hun eigen kleurtje, ongeacht de uitkomst en het verlies aan invloed in de volksvertegenwoordiging. Snijden in eigen vingers is bij de oppositie blijkbaar de wijze waarop zij haar kiezers denkt te vertegenwoordigen, en dat is treurig om te zien. Vooral de rechtse partijen zijn hieraan debet. Zij hadden gewoon moeten vasthouden aan de keurig functionerende Arib, die in afgelopen jaren veel heeft betekent voor de rechtse oppositie. Voor de (mogelijke) coalitiepartij D66 was het echter een triomftocht vandaag.