In Nederland oormerken diverse Gemeenten de uitkeringen van werklozen als vastgoedsubsidie. Zo staat bijvoorbeeld in artikel 2.6 van de Beleidsregels van de  Participatiewet van de gemeente Groningen, dat een vastgesteld bedrag van de uitkering moet zijn gereserveerd voor ‘woonlasten’. Hierdoor worden vastgoedbazen en huisjesmelkers verzekerd van inkomsten via de sociale zekerheid, in plaats van dat de sociale zekerheid ten goede komt aan de persoonlijke en professionele ontwikkeling van burgers. 

Natuurlijk is de sociale zekerheid bedoeld voor het ondersteunen van personen om te voorzien in hun levensonderhoud. Echter lijken veel Gemeenteraden in Nederland allerlei regels te hebben opgenomen in de Participatiewet waarmee het gedrag en het leven van burgers, die tijdelijk afhankelijk zijn van een uitkering, wordt vastgelegd. Zelfs de uitgaven die zij doen worden vooraf bepaald via dergelijke ‘beleidsregels’. Zo zeggen juristen van de Gemeente Groningen het volgende over het oormerken van vastgoedkosten in persoonlijke uitkeringen:

“Personen die in dezelfde woning wonen, met een commerciële relatie worden niet aangemerkt als kostendelende medebewoners. Op hen is de gewone norm van artikel
20, 21 en 22 van de Participatiewet van toepassing. Er moet sprake zijn van een schriftelijke huurovereenkomst, waarbij een commerciële huurprijs is afgesproken (artikel 19a lid 1 onderdeel b PW). Een belanghebbende moet op verzoek van het college de schriftelijke overeenkomst en de betaling van de commerciële prijs aantonen door het overleggen van het contract en van de bewijzen van betaling (artikel 19a lid 2 Participatiewet). In artikel 2.6 van de Beleidsregels algemene en bijzondere bijstand Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 van de gemeente Groningen is vastgelegd dat sprake is van een commerciële (onder) huurrelatie als de (kamer)huurprijs
inclusief kosten ten minste 20,6 procent van de gehuwdennorm bedoeld in artikel 21, onderdeel b Participatiewet inclusief vakantietoeslag bedraagt.”

Een van de gevolgen voor het oormerken van de gelden uit de Participatiewet is dat de inkomsten van vastgoedeigenaren zijn verzekerd, terwijl burgers niet flexibel kunnen leven en kunnen inspringen op veranderingen. Dat is natuurlijk in het nadeel van mensen die sowieso weinig bezitten en zijn aangewezen op tijdelijke steun. Dat zou eigenlijk moeten veranderen.

Door dergelijke bepalingen te schrappen komt meer geld vrij voor andere zaken. Zoals scholing of het investeren in persoonlijke ontwikkeling, onderwijs, certificaten of software voor het opzetten van een eigen onderneming. Maar door de strakke beleidsregels die de gelden van de persoonlijke uitkeringen oormerken als ‘bestemd voor vastgoedeigenaren’ is dit niet mogelijk. En hierdoor gaan de prijzen in de vastgoed ook niet dalen, immers is er een ‘minimumgrens’ voor vastgoedinkomsten verankerd in de Participatiewet. Een wet die eigenlijk bedoeld is voor sociale zekerheid, maar nu dus werkt als een indirecte vastgoedsubsidie.

Behalve de negatieve gevolgen voor de flexibiliteit en keuzevrijheid van burgers verstoren dergelijke beleidsregels ook de markt en zorgen deze voor inflexibiliteit in de vastgoedsector. Hierdoor is deze markt los gezongen van de realiteit die normaal is: terwijl in tijden van crisis piloten en andere medewerkers tot 15% van hun inkomen verliezen, behouden vastgoedeigenaren door de beleidsregels een minimuminkomen. Mensen moeten natuurlijk ergens wonen en de minimumgrens in Groningen is 280 euro per maand voor een kamer, ongeacht de grootte (!). Huurders kunnen hierdoor niet eens onderhandelen over de huurprijs, immers heeft dit voor hen geen zin en gaan zij er financieel op achteruit omdat de minimumprijzen voor vastgoedverhuur via de Beleidsregel wordt geoormerkt.

En dat is jammer. Want dergelijke beleidsregels werken als een indirecte vastgoedsubsidie en impliceren dat uitkeringen worden gebruikt voor het opzetten van verdienmodellen in vastgoed, in plaats van dat deze uitkeringen ten goede komen van mensen die hun werk (buiten hun schuld om, zie corona lock downs) zijn kwijtgeraakt.

Wat vindt u? Moeten gelden uit de sociale zekerheid worden geoormerkt voor bepaalde doelen? Zoals kosten voor vastgoed? Of zouden burgers deze gelden moeten kunnen besteden zoals dat het beste past bij hun situatie? We horen graag van u via redactie@nieuwsframes.nl