Tweede Kamer op zoek naar juiste balans in ‘Tijdelijke wet maatregelen COVID-19’

In de Tweede Kamer vond gisteren het debat plaats over de ‘tijdelijke corona wet’, waarover volgens diverse Kamerleden ‘veel zorgen leven in de samenleving’, zowel vanwege de verspreiding van het coronavirus zelfs als ook de reactie van het kabinet en de gevolgen van die reactie voor de democratie, economie, en andere zaken die nauw verbonden zijn. Er werden tal van amendementen ingediend en men was duidelijk op zoek naar de juiste balans tussen democratische legitimiteit en doelmatigheid. 

Kamerlid Van der Graaf (CU) bracht naar voren dat de ‘tijdelijke coronawet’ nog wel wat verbeterpunten heeft. Daarom steunde de Groningse volksvertegenwoordiger een wijzigingsvoorstel voor het realiseren van garanties dat de verpleeghuizen ‘niet meer op slot gaan’ om het coronavirus te bestrijden.

Dit amendement vond brede steun in de Kamer. Volksvertegenwoordiger Van Brenk (50Plus) was de aanjager van dit initiatief en de ouderenpartij wil verder ook dat de ‘duur van de geldigheid van de wet’ wordt verkort. De duur staat nu op ten minste twaalf maanden en in die tijd kan het kabinet gebruik maken van de regelingen van deze wet. Ook de Raad van State vond in haar advies dat de wet een ‘te lange duur heeft’ en liet dit in haar advies weten.

Forum voor Democratie stuurde dit keer niet partijleider Thierry Baudet, maar het Kamerlid Van Haga naar de Plenaire zaal. Ondanks dat Van Haga juridisch gezien geen onderdeel is van de fractie van FVD, werkt hij wel met hen samen. Tijdens zijn spreektijd benoemde Van Haga nog even dat collega Baudet de “eerste politicus was die in januari corona op de agenda van de Kamer wilde zetten”, maar toen geen bijval kreeg. Zeven maanden later is er natuurlijk meer duidelijk over het coronavirus en dit heeft volgens Van Haga invloed op de beoordeling van de nieuwe tijdelijke wet, waarover hij niet al te enthousiast was. Verder benoemde Van Haga dat het discutabel is of er in dit specifieke geval ook sprake is van een noodtoestand en vindt hij de tijdelijke wet op basis van de huidige kennis disproportioneel. Het verplicht maken van het dragen van mondkapjes in de publieke ruimte vinden hij en Baudet ongewenst. Haga heeft dan ook een amendement op de wet aangeleverd.

In alle voordrachten kwam duidelijk naar voren dat de Tweede Kamer van mening is dat haar eigen rol in het intrekken of beperken van de autoriteit van het kabinet -als het gaat om het doorvoeren van coronamaatregelen- duidelijker in de wet mag worden vastgelegd. Het CDA diende daarom onder leiderschap van Kamerlid Van Dam een amendement in die ook de rol van de lokale democratie versterkt. Zo lang de amendementen niet zijn verwerkt is er waarschijnlijk niet voldoende steun voor de nieuwe wet. Het kabinet gaat zich daarom beraden op tekstuele wijzigingen.