Nieuwkomers in politiek vaak geplaagd door identiteitscrisis en ‘lost in the crowd’-effect

Nu de verkiezingen naderen zijn veel politieke partijen in de touwen om aandacht te genereren voor hun mensen en standpunten. De meer traditionele partijen zoals de PvdA of het CDA zijn bekend bij veel kiezers en hebben jaren de tijd gehad om een duidelijke politieke identiteit op te bouwen, maar nieuwe partijen hebben daar vaak moeite mee. Dit leidt tot vage communicatie waarbij nieuwkomers zich vooral afzetten van hun concurrenten. Twee partijen die daar enige moeite mee hebben zijn JA21 en Oprecht, die in diverse interviews laten weten ‘dat zij anders zijn dan die andere partij’. Het lijkt wel een politieke identiteitscrisis, wat er toe leidt dat deze politieke partijen last kunnen krijgen van het zogenaamde ‘lost in the crowd’-effect.

Toegegeven, voor nieuwe politieke partijen is het lastig om door te breken en vanaf de zijlijn roepen is natuurlijk vrij eenvoudig. Toch lijken sommige van de 37 partijen zich in een identiteitscrisis te bevinden. Als de pers vervolgens aan kopstukken vraagt wie zij zijn, dan wijzen de nieuwkomers vaak vooral naar andere partijen om zich tegen af te zetten. Ze slagen er dikwijls niet in om zich als zelfstandig en uniek te presenteren. Een aantal voorbeelden. Neem de nieuwe partij Oprecht, lijst 26, opgericht door Robert van Gemeren, die aan de Leeuwarder Courant het volgende laat weten over zijn partij:

“Oprecht is gematigd. Wij zijn er voor VVD’ers en CDA’ers die hun eigen partij te links vinden.’’ – Robert van Gemeren

Een van de partijleden van Oprecht was deze week in opspraak gekomen vanwege het veelvuldige gebruik van krachttermen en het flirten met Forum voor Democratie op sociale media. Het is een typisch voorbeeld van hoe je niet moet communiceren als nieuwe partij: je moet je eigen verhaal vertellen en vage termen als ‘links’ en ‘rechts’ vermijden. Maar met deze uitingen is Van Gemeren niet de enige die geen rekening houdt met het ‘lost in the crowd’-effect.

“De partij voor de Republiek heeft een duidelijke identiteit: van monarchie naar republiek.”

Ook bij JA21 heeft Joost Eerdmans wat moeite om de identiteit van de nieuwe partij vorm te geven. Zo zet hij zich in de communicatie af van andere partijen zonder daarbij de eigen unieke karaktertrekken te omschrijven. Toen Eerdmans door WNL werd gevraagd waar zijn partij zich in het politieke spectrum bevindt, kon hij niet anders dan zijn concurrenten bij naam noemen en vertellen voor wie JA21 een alternatief is: “[…] voor de PVV die aan de andere kant staat. En voor FVD dat zichzelf besmet heeft. Het is het rechts-realistische alternatief voor de toekomst.” Ondanks dat het verkiezingsprogramma van FVD geen complottheorieën poneert, is het wel een reden voor Eerdmans geweest om zich af te zetten tegen de partij van Baudet: ‘JA21 is alternatief op rechts zonder complottheorieën en gekkigheid’.

Kortom: sommige nieuwe partijen lijken vooral goed in het zich afzetten van hun voornaamste concurrenten, zonder daarbij een eigen identiteit vorm te geven. Maar niet alle. Hieronder een satirische tweet die deze vorm van communicatie op de hak neemt:

Als een kiezer tijdens de campagne vraagt ‘waar staat uw partij voor?’ en het promotiemeisje zegt vervolgens ‘wij zijn linkser dan de VVD’ dan heb je eigenlijk nog geen idee waar de partij voor staat. Behalve dan dat ze ietsje anders zijn dan de VVD, en daar wilde je sowieso al niet op stemmen.

Lost in the crowd

Voor nieuwe partijen is het echter cruciaal om een eigen identiteit te creëren. Dat kan dus op twee manieren. Ten eerste door je af te zetten tegen reeds bestaande partijen, maar ook door een eigen lijn of een eigen politiek spectrum-model te ontwikkelen en deze te gebruiken in de communicatie. De eerste methode zien we vaak terug, maar geeft weinig betekenis aan de identiteit en kan daarom beter worden vermeden. Een van de nieuwkomers die positief opvalt als het gaat om het vormen van een eigen identiteit is toch wel Code Oranje. De partij van De Mos heeft op eigen kracht een eigen politieke lijn bedacht en noemt deze ‘de Ombudsmanpolitiek’, waarmee het onnodig is voor leden om zich af te zetten tegen een andere partij. Dat is dan ook precies waar Code Oranje een partij als JA21 of Oprecht inhaalt als het gaat om de politieke identiteit. De partij van De Mos toont zich daarmee creatief en hangt haar identiteit op aan een concept dat bij iedereen bekend is. Een slimme zet.

Een andere nieuwkomer die geen enkel probleem heeft met het communiceren van haar identiteit is de partij voor de Republiek. Deze pleit voor een transformatie van monarchie naar republiek en blinkt verder uit in het gebruik van bijzonder complex taalgebruik.