De Rijksbegroting ziet er door de economische impact van de coronacrisis minder goed uit dan vorig jaar, maar lijkt voldoende stabiel om de klap te overleven. Uit de gegevens afkomstig van de Rijksbegroting blijkt namelijk dat de overheidsschuld naar verhouding van het Bruto Nationaal Inkomen tot wel 61% stijgt in 2022. Voor het jaar 2021 houdt het Ministerie van Financiën rekening met een tekort van ongeveer 43 miljard euro. Bij de ontwikkeling van de overheidsschuld voor 2022 wordt echter wel rekening gehouden met hernieuwde economische groei.

De grootste kostenposten voor de Nederlandse staat zijn ook dit jaar wederom de Zorg en de Sociale Zekerheid. Voor 2021 wordt ruim 184,5 miljard uitgetrokken voor deze twee zaken. De Rijksoverheid laat met alle uitgaven wel de tekorten op de begroting oplopen, maar volgens experts vallen deze uitgaven binnen de veiligheidsmarges.

Deze veiligheidsmarges zijn door het Kabinet Rutte 3 in de jaren van groei bewaakt. De premier drong het overheidstekort na de crisis van 2008 terug en verlaagde ook de overheidsschulden. Hierdoor is er op dit moment meer ruimte om te investeren in tijden van crisis, of zoals Rutte het vorig jaar nog noemde tijdens een persconferentie ‘een appeltje voor de dorst’.

Uit de Rijksbegroting blijkt verder dat het tekort in 2021 minder hard zal stijgen vanwege de in daar jaar verwachte economische groei:

“Daarnaast neemt de schuldquote toe als gevolg van het noemereffect: doordat het bbp kleiner wordt, valt de schuld als percentage van het bbp hoger uit. Hoewel er in 2021 nog steeds sprake is van een aanzienlijk begrotingstekort stijgt de schuld maar beperkt verder,
tot 61 procent van het bbp. Dit komt door de geraamde groei (noemereffect) en doordat het grootste deel van het belastinguitstel in 2021 alsnog binnen komt.”

De noodmaatregelen die het kabinet inzet voor het bestrijden van de coronacrisis leiden in dit geval niet tot een korting op de begrotingen van de andere Ministeries. Het gaat bij deze financiële ‘coronamaatregelen’ dus voornamelijk om extra middelen die bijvoorbeeld worden verkregen door obligaties te verkopen op de financiële markten.