Hoe communistisch is China nu eigenlijk?

Het standaard geaccepteerde frame over de staat China is dat deze communistisch van aard is. Als we naar de oppervlakte kijken dan lijkt de suggestie logisch. De Chinese staat bevat slechts één partij die zichzelf de Communistische partij noemt en maakt daarbij gebruik van symbolen en kleuren die men in het Westen relateert aan ‘het communisme’. Denk hierbij aan het gebruik van de hamer, sikkel of de gele sterren in de Chinese vlag. Tegelijkertijd leest men in geschiedenisboeken dat China communistisch is/was en ook in de pers wordt vaak gesproken over het communistische China. Maar hoe communistisch is China heden ten dage eigenlijk nog? Dit is het eerste artikel in de serie ‘Framebreker’ waarin Nieuwsframes een aantal populaire frames deconstrueert om daarmee te laten zien dat ze niet langer bij de tijd zijn.

Een definitie van communisme is dat het kapitaal in handen is van het collectief. Dat is een wat vage definitie, maar dat is nu eenmaal het gevolg van het gebrek van de politieke wetenschappen om accurate definities te formuleren. Zoals bijvoorbeeld de uiterst vage term ‘populisme’ ook al suggereert. Als we die term communisme echter operationaliseren naar concrete indicatoren, dan zou je kunnen zeggen dat communisme betekent dat de overheid relatief veel macht heeft over de economie en ook dat de overheid de opbrengsten uit kapitaal collectiviseert.

Kortom: één manier om inzicht te krijgen van hoe communistisch of kapitalistisch een staat is, is door te kijken naar haar fiscale wetgeving en de omvang van de overheid naar verhouding van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) in kaart te brengen. Communisme en kapitalisme staan dus niet op dezelfde schaal tegenover elkaar, maar beide vormen van grondstoffen-allocatie kunnen naast elkaar bestaan. Al is het wel logischer dat een staat waarin meer collectivistische regels en financieringsvormen bestaan automatisch minder kapitalistische allocatievormen van kapitaal toestaat.

Nederlandse overheid is collectivistischer dan China

Het standaard credo is dat Nederland een kapitalistische staat is, in een model gegoten dat ook de Verenigde Staten kent. Daar tegenover staat dan de historische Sovjet-Unie en momenteel ook China, twee landen die beiden verondersteld ‘communistisch’ zouden zijn. Deze kunstmatige tegenstelling doet echter afbreuk aan de ‘realiteit op de grond’, namelijk dat, zoals prof. dr. Friedman al liet doorschemeren in diverse interviews, ook “de Sovjet-Unie draaide op egoïsme en eigenbelang”. Als we de definitie van communisme en kapitalisme vergelijken met de realiteit van de Chinese staat dan zien we dat China momenteel zelfs ‘minder communistisch is dan Nederland’.

De veronderstelde communistische staat van weleer was dus destijds al veel kapitalistischer dan wordt geclaimd. Zo was er een geldsysteem, maar verschilde de Sovjet-Unie slechts in de wijze waarop het geld systeem functioneerde binnen de samenleving. Met name ook de wetgeving aangaande economische transacties en prijzen. Maar ook in Nederland bestaan allerlei gestandaardiseerde prijzen in tal van economische sectoren, neem de loonschalen maar eens die per functie bepalen hoeveel je verdient, onafhankelijk van je prestaties op de werkvloer of het werkelijke nut voor de economie (een ambtenaar schaal 11 die niets produceert behalve onleesbare teksten verdient meer dan een bouwvakker die huizen bouwt).

Als we nu een aantal kernindicatoren pakken dan zien we dat de Nederlandse overheid zelfs ‘communistischer’ is dan die van China. Bijvoorbeeld. Als we de omvang van de Nederlandse overheid naar verhouding van de economie vergelijken met de omvang van de Chinese overheid naar verhouding van haar eigen economie, dan zien we dat de Nederlandse overheid naar verhouding een omvangrijker deel van de economie beheerst dan de Chinese dat doet.

De Nederlandse overheid gaf volgens Trading Economics ruim 48% van het Bruto Nationaal Inkomen uit in 2020. Dat betekent dus dat voor elke 1 euro die de Nederlandse economie in omvang heeft, ruim 48 cent werd ‘gegenereerd’ door de overheid. Het geeft een iets vertekend beeld omdat de overheid in 2020 via allerlei ‘corona steunpakketten’ meer uitgaf dan in de voorgaande jaren, maar ook daarvoor behelsde de Nederlandse overheid ruim 40% van de Nederlandse economie. Dat is een significant verschil met de omvang van de Chinese overheid (die communistische, u weet). Volgens Statista behelsde het aandeel van de Chinese overheid in haar economie in 2020 zo’n 36%. Dat is een verschil van ruim 12%.

Men spreekt dus de waarheid als men zegt dat de Chinese overheid een kleiner aandeel heeft in haar eigen economie dan de Nederlandse overheid dit heeft. Deze meeteenheid (overheidsuitgaven / BNI) is natuurlijk slechts één indicator, maar schetst wel een algemeen beeld dat ook in de details terugkomt.

Lagere transactiebelasting

Een typisch voorbeeld waaruit wederom blijkt dat de Nederlandse staat veel collectivistischer (a.k.a. communistischer) is georganiseerd dan de Chinese is de BTW belasting. In China is de BTW belasting op dit moment gestandaardiseerd op 13% per economische transactie. In Nederland loopt de BTW belasting op tot zelfs 21% van de waarde van een transactie. Ook op dit punt scoort het “communistische” China dus vele malen ‘kapitalistischer’ dan Nederland dit doet. Een Chinese uitkeringstrekker die een laptop wil kopen bespaart al snel honderden euro’s op de aanschaf van een laptop, terwijl een Nederlandse uitkeringstrekker een hoog tarief van 21% betaalt. Het zegt niet alles, maar het laat wel zien dat, omdat een economie uiteindelijk bestaat uit economische transacties, ook op dit punt China minder communistisch scoort dan Nederland. En Nederland zou zogenaamd ‘kapitalistisch’ zijn.

Kapitaalbelastingen

Een communistische staat zal waarschijnlijk ook behoorlijke belastingen heffen op de winsten uit kapitaal, zoals de winsten van het bedrijfsleven. Maar ook hier stelt China weer uiterst teleur als zogenaamd ‘communistische’ staat. Met een gemiddeld tarief van 20% belasting op bedrijfswinsten behoort China tot de internationale middelmoot als het gaat om belastingen op kapitaal.

In Nederland bestaan er grofweg twee tarieven, namelijk een tarief van 15% en een tarief van 25%. Vanaf een winst meer dan EUR395.000 betaalt een bedrijf gemiddeld 25% winstbelasting. Dat is dus een tikje hoger dan het tarief dat China hanteert. Natuurlijk kunnen bedrijven in beide landen trucs uithalen om de kapitaalbelastingen te verlagen. Kleinere bedrijven betalen in China echter minder belasting dan de 15% die in Nederland standaard geldt. Zo betalen kleine bedrijven volgens Deloitte soms slechts 5% belasting over hun winst. In Nederland kent men dan weer allerlei aftrekposten.

Voor dividenden voortkomend uit Chinese aandelen en uitbetaald in Chinese valuta betalen de Chinese kapitalisten slechts 0% belasting. In Nederland is dat ondertussen 15% dividendbelasting. Wederom zo’n punt die wel laat zien dat het ‘kapitalisme versus communisme’ frame voortkomend uit historische analyse en de politieke wetenschappen nergens op slaat. Omdat het vergelijken van de kapitaalbelastingen erg lastig is vanwege het gebruik van verschillende juridische constructen is een vergelijking eigenlijk niet goed mogelijk op dit niveau, maar de weinige feiten die er zijn laten zien dat Nederland ook hogere kapitaalbelastingen int dan de ‘communistische’ Chinese staat.

Het gebroken frame

Na het behandelen van deze feiten volgt natuurlijk de vraag waarom zoveel mensen geloven in het standaard frame over communisme en kapitalisme, en dan met name de veronderstelde ‘communistische grondslag’ van de Chinese staat. Simpelweg omdat nieuwsmedia, politici e.a. elkaar herhalen? Of omdat de Chinese staat gebruik maakt van symbolen die worden geassocieerd met het communisme?

Uit de analyse hierboven zou je echter kunnen concluderen dat China heden ten dage niet meer communistisch is en dit slechts een vorm van symboliek is. Window dressing. Sinds 2001 is China nauwelijks nog communistisch te noemen. Wel is het een autocratische éénpartijstaat waarin het politieke veld allesomvattend en allesbepalend is. Echter lijkt het communisme vooral symbolisch en is het feit dat de staatsinrichting wordt bepaald door slechts één partij onvoldoende om een staat als communistisch te kenmerken.

De vraag is waarom de Chinese staat deze symboliek blijft hanteren terwijl de realiteit er steeds verder vanaf staat. Wellicht dat de Chinese staat wordt gedwongen door buitenlandse mogendheden om deze symboliek te blijven gebruiken, om daarmee de reeds bestaande negatieve attitudes van Westerlingen tegenover het communisme te koppelen aan nieuwe negatieve attitudes tegenover de Chinese staat. Of wellicht kiest de Chinese overheid er zelf ook bewust voor, om te voorkomen dat het haar geloofwaardigheid in het binnenlandse verliest.

Echter is het standaard frame ‘dat China een communistische staat’ is, wel gebroken met de bovenstaande feiten in het achterhoofd. En in een zekere zin lijkt de Nederlandse staat zelfs ‘groter’ dan de Chinese als je compenseert voor de omvang van het land. Het werpt ook vragen op in hoeverre termen zoals ‘kapitalisme’ en ‘communisme’ eigenlijk voldoende adequaat en accuraat zijn om theorieën te ontwikkelen binnen de politieke wetenschappen en historische verschillen te verklaren.